Ik heb me vaak in een verhaal gegooid alsof het mijn redding was. Er werd een wortel voorgehouden, een belofte die lonkte, en ik liep. Ik gaf vertrouwen, ik legde mijn eieren in één mand en ik geloofde dat de ander samen met mij naar een doel zou toewerken.
Wat ik te laat besefte: de wortel was nooit bedoeld om te geven. Ze was enkel bedoeld om me te laten rennen.
Het verleidelijke begin
Een narcist begint zelden met botheid. Integendeel, het start met vleierij, een vleug charisma en het gevoel dat jij uitverkoren bent. Je talenten krijgen plots alle aandacht, er wordt in je oren gefluisterd dat jij de ontbrekende schakel bent. Het voelt als een auditie die je moeiteloos wint.
En eerlijk, wie geniet er niet even van applaus?
Tot je merkt dat de rol die je gekregen hebt, geen hoofdrol is, maar die van figurant. En dat de regisseur het script telkens herschrijft zonder jou op de hoogte te brengen.
De klap die altijd komt
Dan volgt onvermijdelijk de plottwist. Er is geen wortel, geen eer, zelfs geen dankjewel. In plaats daarvan een glimlach die vals klinkt, woorden die zeggen dat je het allemaal verkeerd begrepen hebt, en een vage belofte dat “het binnenkort anders zal zijn”. Ondertussen is jouw bijdrage al lang vergeten in de coulissen.
Psychologen noemen dit narcissistic abuse: vleien, manipuleren, gaslighten, en uiteindelijk het slachtoffer verwarren tot het zichzelf niet meer herkent. Als er een Oscar zou bestaan voor emotioneel toneel, de narcist zou hem elk jaar opnieuw winnen.
De leegte erna
Wat overblijft, is stilte. Ik probeer mijn verhaal te doen, maar hoe meer woorden ik gebruik, hoe warriger ze klinken. Het publiek kijkt kritisch en lijkt te twijfelen aan de echtheid van mijn ervaring. Het is de ultieme regietruc: de waarheid zo in stukken knippen dat zelfs de toeschouwer de draad kwijt is.
En de narcist? Die klopt zijn kleren af, maakt een sierlijke buiging en wandelt naar het volgende podium. Met een vals glimlachje en de zekerheid dat de volgende voorstelling ook wel uitverkocht raakt.
Toeschouwer in het drama
Misschien is het nog pijnlijker om machteloos toe te kijken. Je ziet iemand die je liefhebt wankelen en breken. Je wilt ingrijpen, maar je krijgt geen tekst. Je roept vanuit het publiek, maar jouw stem haalt het niet tegen het applaus dat de narcist zichzelf toekent. En dat applaus is altijd luid, ook al komt het maar van één hand.
Conclusie
Een narcist weet hoe hij vleit, hoe hij manipuleert, hoe hij met een glimlach de klappen opvangt en meteen een nieuwe show begint. Maar het theater doorzien is al een eerste stap. Want als je het als theater herkent, hoef je niet langer te geloven dat het de realiteit is.
Met een groet, Anna O.

