’s Ochtends, wanneer ik de trein neem, schuif ik aan met een grijze bende, gezichten somber, kleren donker, een enkeling met een glimlach die er een beetje verloren uitziet. Ik stap mee op, zoek mijn plaats, en staar zoals iedereen naar mijn scherm, op zoek naar afleiding die eigenlijk niet helpt. Een tijdje later stappen we weer af, zwijgend, als een kudde op weg naar de verschillende werkplekken.
Dan overvalt me soms dat gevoel: nu weer opnieuw. En dat maal vijf, en dat maal twintig dagen, en dat maal twaalf maanden. Het sombere weer helpt ook niet. Met elke stap dichter naar het werk zakt de moed me in de schoenen. Ik droom van een ander leven, een andere rol, een ander ritme.
De omschakeling aan de deur
En toch. Zodra de sleutel omdraait in het sleutelgat van mijn werkplek, glijdt dat gevoel een beetje weg. Ik praat, ik glimlach, ik lach zelfs, en met een eerste kop koffie is die ochtendtrein al vergeten. Enkel mijn mailbox, gevuld met mails waarvan ik minstens de intonatie fout interpreteer, trekt mijn gemoed opnieuw donkerder. Tegen de middag voel ik de stress mijn nek blokkeren, een lichte maagoprisping, een sluimerende hoofdpijn die me eraan herinnert dat dit geen klein ongemak is maar een patroon.
De ratmolen en het kleine jaloers zijn
Soms vraag ik me af of dit het nu is. Opstaan, werken, geld verdienen, terug naar huis, twee dagen vrij per week, twintig verlofdagen per jaar. Ik voel jaloezie, niet zozeer naar de zelfstandigen met hun beloftes van financiële vrijheid — want ik weet hoe zwaar dat ook kan zijn — en ook niet naar de mensen die in bossen in caravans leven met verloren hippiedromen.
Ik ben eerder jaloers op die nieuwe generatie die resoluut kiest voor vier dagen werken, die zegt dat overuren kunnen maar niet bij hen, die vakantie zo slim plant dat ze het maximum eruit halen. Ze leven in het moment, zonder al te veel aan later te denken, zonder kleine pensioenen uit te rekenen. Ik staar intussen naar MyPension en tel de jaren die ik nog moet vullen met werkplezier.
Wat zegt de wetenschap?
Arbeidspsychologen spreken over work-life balance en decision fatigue: niet alleen het werk zelf put je uit, ook de constante keuzes en het gevoel dat er nooit echt pauze is. Chronische stress activeert je stresssysteem en leidt tot hoofdpijn, nekklachten, maagproblemen. Het is niet vreemd dat mijn lichaam zucht terwijl mijn hoofd doorloopt.
De gedachte aan springen
En dan droom ik soms: wat als ik één dag gewoon durf te springen? Geen voorbeeldfunctie, geen pensioenrekening, geen “moet” in mijn hoofd. Eén dag leven vanuit mijn passie, mijn talent, gewoon eens zonder doel en zonder rekenen. Ik zou niet weten wat mijn passie nu precies is, maar alleen al het idee voelt bevrijdend.
En toch. Voor ik het weet zit ik weer in de grijze massa, opnieuw starend naar een scherm, op weg naar huis. Maar dan met een iets lichtere glimlach, een stukje opluchting, en het stille besef dat morgen misschien weer een kans is om iets kleins anders te doen.
Met een groet, Anna O.

