De ochtend start met plannen. Altijd met plannen.
In mijn hoofd ben ik een gedreven mens, vol goede bedoelingen en frisse moed.
Vandaag ga ik mijn “kunstwerk” afmaken, wat orde brengen in mijn hoofd, eindelijk terug wat leven blazen in mijn bedrijfje. Er zit beweging in mijn gedachten, een bruisende motivatie die alles lijkt te kunnen dragen.
En dan is het avond. De laptop die ik zou bovenhalen lijkt plots een brug te ver, of beter: een hele reeks bruggen.
Het enthousiasme van de ochtend is uitgedoofd, de discipline zoek. De zetel wenkt, de televisie biedt een soort zachte verdoving, en ik geef toe.
Tegen de tijd dat ik naar boven sluip, mompel ik: Een mossel zonder karakter, mompel ik, half lachend, half beschaamd.
De illusie van vrijheid
We zeggen vaak dat we vrijheid willen — de ruimte om te doen wat we willen, wanneer we dat willen.
Maar eens je die vrijheid hebt, blijkt ze lastiger dan gedacht. Want vrijheid zonder richting voelt zelden licht; ze weegt, drukt, maakt loom. Te veel ruimte maakt stuurloos, alsof het leven zelf zich oplost in mogelijkheden.
De ongemotiveerde mens lijkt vrij. Niets moet, alles mag. En toch is dat misschien de zwaarste gevangenis: die van de vrijblijvendheid. Zonder discipline wordt vrijheid vaak niets anders dan uitstel in vermomming.
De gedisciplineerde mens lijkt beperkter, maar ervaart vaak net meer rust. Niet omdat hij minder mag, maar omdat hij gekozen heeft wat hij wil toelaten. Hij creëert kaders om in te kunnen bewegen — weet tenminste waar hij heen wil. Misschien is discipline niet het tegendeel van vrijheid, maar haar fundament.
Psychologen spreken over het paradox of choice-effect: hoe meer mogelijkheden een mens heeft, hoe moeilijker het wordt om te kiezen, en hoe minder tevreden hij uiteindelijk is. Te veel vrijheid maakt ons rusteloos, te weinig maakt ons gevangen.
Het brein snakt naar kaders, naar gewoontes die richting geven, zodat de chaos draaglijk blijft.
De dunne lijn tussen goesting en moeten
Motivatie is de vonk, discipline de brug. De eerste geeft zin, de tweede geeft richting. Zonder motivatie wordt discipline hard en mechanisch. Zonder discipline blijft motivatie een luchtbel.
Discipline klinkt hard, maar kan ook mild zijn. Ze hoeft geen bevel te zijn, wel een gebaar.
Niet: je moet nu, maar eerder: kom, probeer even.
De kracht van kleine gewoontes ligt niet in hun striktheid, maar in hun ritme. Een mens die iets herhaalt, schept rust.
Het is dat stukje herhaling dat vrijheid mogelijk maakt — omdat het leven niet telkens opnieuw uitgevonden hoeft te worden.
Misschien is dat waarom de mens met een zekere routine vaak gelukkiger lijkt: niet omdat hij weinig verlangt, maar omdat hij minder verdwaalt in wat allemaal zou kunnen. Discipline houdt het leven bij elkaar, zoals een draad een kralenketting vormt. Zonder die draad rolt alles van tafel.
De vrijheid in herhaling
Ergens tussen de roes van vrijheid en het gewicht van discipline speelt zich het leven af. Met plannen die halverwege stranden, en avonden waarop de zetel wint (bij sommigen wat meer dan bij anderen). En dat is niet erg.
De paradox van vrijheid is dat ze pas echt voelt als ze een beetje omkadering krijgt.
Misschien is het dat wat volwassenheid eigenlijk betekent: leren bewegen tussen goesting en moeten, tussen verlangen en richting, tussen chaos en rust.
Vrijheid die ademt dankzij discipline, discipline die verzacht door vrijheid.
Twee tegenpolen die elkaar niet tegenspreken, maar overeind houden.
De kunst is niet om altijd gemotiveerd te zijn, maar om mild gedisciplineerd te blijven. Om te bewegen, ook wanneer het niet sprankelt. Want discipline is geen tegenhanger van leven, maar een manier om het niet te laten verdampen.
Met een milde groet, Anna O.

