Oktober doet nog stoer
Oktober speelt elk jaar hetzelfde toneeltje: wij beweren dat de feestdagen nog ver weg zijn, alsof de tijd het zich iets aantrekt. We lachen om de eerste kerstballen die ergens tussen het kattenvoer en het afwasmiddel opduiken. “Amai, vroeg!” zeggen we, alsof we dat niet élk jaar opnieuw zeggen.
Maar november… november is iets anders. Grijs, vochtig, met dat typische “laat me gerust”-gevoel. En terwijl we ons door die maand slepen, glippen de feestdagen dichterbij. Lichtjes in de straten, slingers in de winkels, kerstnummers die ineens weer in de lucht hangen. De ene man met zijn lange baard duikt overal op, de andere poetst zijn rendieren op. Folders proberen ons tot vreugde te verleiden met glanzend gebraad, perfecte kroketten en desserts die eruitzien alsof ze door engelen werden afgewerkt.
De voorbereiding waar niemand in uitblinkt
En dan komt het besef: ik moet uitnodigingen versturen. Niet moeilijk, denk je. Maar het is in feite een sociale gok. Je weet nooit welke gesprekken je dit jaar aan tafel moet verduren. Vorig jaar mochten we ons verheugen op de geopolitieke analyses van een familielid dat normaal gezien al zweet bij het invullen van zijn belastingbrief. Iemand anders was zeker van zijn gelijk over Rusland en Oekraïne, in een toon die me nog altijd licht ongemakkelijk maakt. Dit jaar zal het misschien gaan over de lokale politieke arena: welke burgemeester nu “de beste” was, hoewel niemand ooit de moeite doet om het programma te lezen.
De tafel met haar eigen universum
Maar het zijn niet alleen de discussies. Aan de feesttafel schuiven altijd mensen mee die iets meebrengen — zichtbaar of onzichtbaar. De broer die nauwelijks iets zegt en eruitziet alsof hij al spijt heeft dat hij er is. De stille tafelgenoot die probeert te verbergen dat zijn sociale batterij rond 17u al volledig is ontploft. De nonkel die de fles rode wijn verdedigt alsof het zijn laatste levenslijn is. De tante die zoveel rookt dat het lijkt alsof ze zichzelf probeert te pekelen. De moeder die, zoals altijd, het geheel bedekt met de mantel der liefde, hoewel die mantel al jaren flinterdun is. En ergens daartussen zit ik. Met een glas in de hand en de stille hoop dat het dit jaar ietsje zachter zal verlopen dan anders.
Waar emoties van kleur veranderen
Psychologen noemen dit seizoen niet voor niets een emotioneel piekmoment. In december verwerken we meer prikkels, herinneringen, verwachtingen en sociale rollen dan in drie gewone maanden samen. Ons brein draait overuren terwijl onze gezichten doen alsof alles perfect gaat.
En toch, ergens tussen de aperitiefhapjes die te snel op zijn en de saus die alweer schift, gebeurt er iets eigenaardigs. Terwijl je kijkt naar de chaos aan tafel, voel je dat verdriet, irritatie en vermoeidheid langzaam van kleur kunnen veranderen. Psychologen noemen dat emotionele transmutatie: het vermogen van emoties om stilletjes in elkaar over te vloeien. Verdriet dat helderheid wordt. Boosheid die richting geeft. Twijfel die omslaat in mildheid. Soms gebeurt het wanneer iemand iets onverwacht liefs zegt, soms wanneer iedereen tegelijk in lachen uitbarst omdat de kroketten ontploft zijn. En dan denk je: hier is het, dat kleine stukje warmte waarvoor je tóch elk jaar weer komt opdagen.
De rust die altijd terugkomt
Want december is precies dat: een maand die meer vraagt dan goed voor ons is. Een maand die ons tegelijk uitput en samenbrengt. Het seizoen waarin we eten alsof we nooit meer eten zullen, praten alsof we elke discussie kunnen winnen, en zwijgen alsof iemand anders straks wel het woord overneemt. En wanneer alles achter de rug is — wanneer het inpakpapier opgeruimd is, de wijnflessen in de glasbak liggen en de familie weer in hun natuurlijke habitat verweg is teruggekeerd — komt er altijd die zachte stilte. De rust van januari, februari en maart die als sneeuw over onze overprikkelde hoofden valt.
December is soms te veel, vaak te druk en bijna altijd te luid. Maar er zit schoonheid in de manier waarop we het toch doen — jaar na jaar, met dezelfde mensen, dezelfde fouten, dezelfde warmte, dezelfde vermoeidheid. Misschien is dat de echte traditie.
Heerlijk, de wetenschap dat december elk jaar opnieuw begint, maar ook elk jaar opnieuw verdwijnt.
Met een groet, Anna O.

